Loopschema voor de gevorderde hardloper 2

LOOPSCHEMA GEVORDERD 2

 

Loop  2 a 3 keer per week en loop op verschillende ondergronden.

 

Doe altijd 1 rustige duurloop in de week.

Loop altijd op tijd en niet op kilometers.

 

Doe 1 keer per week een fartlektraining, d.w.z. in de duinen, bos of strand.

Wissel daarin met versnellingen af, b.v. duin op versnellen of op het strand

tussen paalhoofden wat versnellen.

 

Doe 1 keer per week versnellingen, loop 10 minuten in en loop 10 minuten uit.

 

Hieronder de versnellingen.

 

Korte versnellingen:

2, 4, 6, 4, 2 minuten versnellen en 2 minuten dribbelpauze.

10 x 1 minuut versnellen, 1 minuut dribbel, 5 x 2 minuten versnellen en 1 minuut dribbelpauze.

10 x 3 minuten versnellen en 1 minuut dribbelpauze.

 

 

Lange versnellingen:

4 x 8  minuten versnellen en 4 minuten rustige duurloop.

3 x 10 minuten versnellen en  5 minuten rustige duurloop.

3 x 12 minuten versnellen en 6 minuten rustige duurloop.